Terug naar DreamLand.be
Home Contacteer ons FR   
Om naar de startpagina te gaan van de DreamLand-site, klik hier!
Weer iets om naar uit te kijken!



Home -> Woordenboek
Woordenboek

Ieder vakgebied of ieder onderwerp heeft zijn eigen vocabulaire, zo ook het Gamewereldje. Wij zetten alvast enkele termen op een rijtje:

Adventure:
Genre dat wordt gekenmerkt door ontdekkingstochten, het oplossen van puzzels en interactie met game personages. Meestal computergames. Door de nadruk op het verhaal leunt dit genre sterk op andere verhalende kunstvormen, zoals literatuur en film. Het genre kent ook vergelijkbare subgenres zoals fantasy, science- fiction, mystery, horror en comedy.

AI (Artificial Intelligence):
AI zorgt ervoor dat vijanden slim genoeg zijn om je een kopje (of een hele romp) kleiner te kunnen maken. Dit is de routine in de code van het spel die ervoor zorgt dat de computergestuurde personages zich gedragen als echte mensen (of als aliens of robots of ...). Dus als in een 3d-shooter de monsters recht op je kogels afkomen en niets doen om ze te ontwijken, dan ligt dit aan een slechte AI. Als ze echter kogels ontwijken, zich terugtrekken, samenwerken, enzovoort, dan is de AI zoals ze zou moeten zijn.

Chat mode:
Vergelijkbaar met de console mode, als u de chat mode (praatmodus) activeert (vaak door een bepaalde letter in te drukken, meestal ?t'), kan je tekst intikken, hetgeen dan door andere spelers on-line gelezen wordt. De chat mode kan ook gebruikt worden om cheats te activeren.

Casual gamer:
Iemand die games speelt maar zonder veel belangstelling voor de technologie of de game cultuur. Meestal ook geen fanatieke lezer van de gespecialiseerde games magazines of websites; koopt vooral de meest populaire games.

Clan:
Gamers die zich hebben verenigd in een team. Meestal hebben de leden een bepaalde afkorting voor of achter hun nickname staan om duidelijk te maken dat ze tot een clan behoren. Ook eenzelfde skin behoort tot de uitrusting.

Computer game:
Game die je op de PC speelt.

Console:
Een speciaal voor het spelen van games ontwikkeld apparaat, dat moet worden aangesloten op een televisiescherm of een monitor.

Controller:
Het apparaat waarmee een spelcomputer bedient wordt. Een PC bedien je met toetsenbord en muis, een spelcomputer met een controller. De meeste controllers houd je vast met twee handen. Ze hebben bewegingsknoppen (zoals een joystick) aan de linkerkant, en actieknoppen aan de rechterkant. Bij de wijsvingers zijn er schouderknoppen. Iedere knop heeft een ander doel in het spel, met de ene knop richt je bijvoorbeeld, terwijl je met de andere knop vuurt, en met weer een andere knop van wapen wisselt. Een bijzondere controller is de wii-mote: de Wii afstandsbediening met bewegingssensorSommige spellen worden geleverd met een eigen controller. Zo zijn er gitaarspellen met een controller die lijkt op een echte gitaar, dansspellen met een dansmat, racespellen met sturen, etc.

Disc:
Ronde, platte schijf met game software, ook bekend als CD-ROM of DVD-ROM.

FMV (Full Motion Video):
Filmbeelden die zijn toegevoegd aan een game om delen van het verhaal te vertellen. Meestal van hoge beeldkwaliteit en niet-interactief; ook bekend als cinematic of in-game movie.

Fighting:
Een vechtspel: met je handen en soms met wapens zoals zwaarden vecht je tegen een of meer tegenstanders. First-person-shooter: Spel waarbij de speler een figuur vanuit het ik-perspectief aanstuurt. De speler verzamelt wapens en munitie en probeert alle tegenstanders van een level dood te schieten.

Format:
Systemen waarop de games kunnen worden gespeeld, zoals PS (PlayStation). Games kunnen meestal alleen op een specifiek systeem worden gespeeld, maar sommige games worden ook voor meerdere systemen aangeboden, soms ook illegaal.

Flightsim (Flightsimulator):
Een soort spel waarbij je je in een vliegtuig waant. Met dit spel kun je vliegen, landen en opstijgen.

Handheld:
Kleine spelcomputer die je in de hand kan houden. Bekende fabrikanten van dergelijke spelcomputers zijn Nintendo (GBA) en Sony

Hardcore gamer:
Game fan die de bladen en websites leest, de laatste nieuwtjes wil weten over de nieuwste ontwikkelingen op gamegebied; speelt meestal alles, of alles op zijn minst één keer; heeft alle consoles in huis, waaronder alles van de huidige generatie games en de belangrijkste games van elk type.

Headset:
Een koptelefoon (één of twee luidsprekertjes die op het hoofd of aan het oor worden gedragen) met meestal meerdere functies, zoals een microfoon en/of een display voor het oog (militaire headsets). Met een headset kun je tijdens het gamen alle geluiden horen en spreken met andere medespelers, zodat je als een team kan samenwerken. Doordat je gebruik maakt van een headset, heeft de omgeving geen last van het geluid.

In-game advertising:
Reclame voor producten en bedrijven die in een game is opgenomen. Denk bijvoorbeeld aan een game-personage dat altijd hetzelfde merk cola drinkt. Een snel groeiend en populair advertentiemedium vanwege de interessante doelgroep – jongeren – die normaal niet zo gemakkelijk zijn te bereiken.

ISFE:
Interactive Software Federation Europe, de branche organisatie van de Europese computer- en videogames industrie die PEGI heeft geïnitieerd.

Level:
Een bepaalde scene uit een spel. Een spel bestaat uit meerdere levels. Als alle leves zijn uitgespeeld is het spel afgelopen.

Map editor:
Programma waarmee u zelf uw eigen omgevingen (maps) van het spel kunt maken, om er vervolgens in te gaan spelen.

Memorycard:
Een geheugenkaart (vergelijkbaar met een geheugenkaart voor een digitale camera) waarop de voortgang van spellen wordt opgeslagen. De meeste nieuwe consoles hebben ingebouwd geheugen of een ingebouwde harde schijf, waardoor een memorycard overbodig is. De Playstation 2, Gamecube en Xbox 360 Core hebben wel een memorycard nodig. Zonder memorycard of ingebouwd geheugen moet u het spel iedere keer helemaal vanaf het begin spelen.

Multi-Player Game:
Een spel dat met meerdere personen tegelijk gespeeld kan worden. Kan bijvoorbeeld over een netwerk, over Internet, via een modem, via een seriële kabel of met twee personen achter 1 computer (Sega, Nintendo) worden gespeeld.

Nickname:
Naam die de gamer tijdens een spel gebruikt.

Non-lineair:
Geen vooraf bepaalde volgorde van gebeurtenissen, de speler kan zijn eigen weg volgen in de game. Tegengestelde van lineaire vertellingen, zoals in literaire verhalen en films.

Online gaming:
Het spelen van games op internet, zowel alleen of met andere spelers.

PEGI (Pan-European Game Information):
Het advies systeem voor computer- en videogames in Europa. Meer info.

Puzzel:
In een puzzelspel moet je een puzzel oplossen of zoveel mogelijk punten verzamelen tot je af bent. Het bekendste computerpuzzelspel is Tetris.

Racing:
In een racespel bestuur je een auto of ander voertuig. Soms rijd je op een racebaan, soms in een stad of over een ruig terrein. Altijd is het de bedoeling om zo snel mogelijk de finish te bereiken.

RPG:
Role Playing Game, de speler kruipt in de huid van één personage of een groep personages (party), waarbij de karakterontwikkeling van de personages een essentieel onderdeel is van het spel. RPG’s zijn non-lineair, wat betekent dat er geen vaste volgorde van opdrachten is. Bekende role playing game voor de spelcomputer is Pokémon, Final Fantasy.

Shoot 'm up:
In een shoot 'm up is het de bedoeling dat je zo veel mogelijk en zo snel mogelijk vijanden neerschiet. Vaak spelen deze spellen zich af in een science fiction of fantasy setting.

Simulatie:
In een simulatiespel wordt de werkelijkheid gesimuleerd. Er zijn twee soorten simulatiespellen: Strategische simulatiespelen waarin je bijvoorbeeld een burgemeester speelt die een stad moet opbouwen. Je hebt geld waarmee je gebouwen kunt kopen, en moet bepalen waar je die neerzet om je stad te laten floreren. Vaardigheidsspellen zoals een vliegsimulator, waarin je jezelf in de cockpit van een vliegtuig waant.

Splitscreen (Gesplitst beeldscherm):
Het opdelen van het beeldscherm in twee of meer gedeeltes, zodat ieder deel afzonderlijk kan worden bewerkt of aangestuurd. In veel computerspellen op consoles wordt vaak van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, zodat je met één beeldscherm toch nog een multi player game (met meerdere personen tegelijkertijd) kunt spelen.

Sport:
Tennis, voetbal, golf, basketbal,… Simulatie van sportwedstrijden, zoals FIFA of Pro Evolution Soccer.

Strategy:
Afgeleid van strategische bordspellen; de spelers moeten strategische zetten maken om hun doel te bereiken. Voorbeelden: Command & Conquer, Total War.

Third Person Shooter
Vergelijkbaar met een FPS, maar vanuit de derde persoon. Je ziet hier je karakter dus wel op het scherm.

Training
Een relatief nieuwe categorie, populair gemaakt door Nintendo met de Brain Training games voor de Nintendo DS. In deze spellen worden je hersenen gestimuleerd door bijvoorbeeld zo snel mogelijk 20 simpele sommen te maken of memory te spelen