Leren fietsen: trap voor trap

Leren fietsen: trap voor trap

Op een zonnige zondagnamiddag samen met het hele gezin een fietstochtje maken: zalig! Ook de kinderen zelf genieten van de vrijheid en het plezier op hun fiets. Maar wanneer is een kind klaar om te leren fietsen? En hoe pak je dat concreet aan? Een wetenschappelijke theorie is er helaas niet. Elk kind ontwikkelt zich op zijn manier en tempo. Het is zeer belangrijk dat jouw kind zich helemaal klaar voelt om te leren fietsen. Een gouden raad: haast en spoed is zelden goed! Nog tips nodig? Wij bezorgen je een handig overzichtje!

STAP 1: Laat je kind wennen aan zijn fiets

  • Plaats het zadel zo laag mogelijk om je kind te leren op- en afstappen en de juiste houding te geven. Hij/zij moet beide voeten plat op de grond kunnen zetten.
  • Neem de fiets aan de hand, links van het lichaam (en dus weg van het verkeer) om het gewicht van de fiets te leren kennen.
  • Test samen de remmen uit en laat je kind op de fiets zitten zonder te trappen. Zo went hij/zij aan het schommelen van de fiets.
  • Laat je kind zich afduwen en uitbollen over steeds langere afstanden, met het hoofd goed rechtop.

Speeltip : De pineut

Dit heb je nodig:
  • mama/papa/broer/zus, een balletje, een fluitje
Zo speel je het:
  • Stap door elkaar met de fiets aan de hand.
  • De persoon met het fluitje geeft een balletje aan één van de spelers.
  • Geef het balletje zo snel mogelijk door aan elkaar.
  • Wie het balletje vastheeft als het fluitsignaal weerklinkt, is de pineut en valt af.
Speel je het spel maar met 2?

Stap dan rond met je fiets aan de hand en geef het balletje telkens door aan elkaar.


STAP 2: Let's go!

  • Wanneer je kind genoeg vertrouwen heeft getankt, kan je het zadel iets hoger zetten en gebruik beginnen maken van de pedalen.
  • Oefen het vertrekken: laat je fietsertje één voet op een pedaal zetten, de andere op de grond. Laat hem of haar zo ver mogelijk rijden door de voet naar beneden te duwen. De andere voet kan hij/zij bij evenwichtsverlies op de grond zetten, om zo veilig te stoppen.
  • Gaat dit goed? Doe dezelfde oefening dan ook eens met de tweede voet op de pedaal.

Speeltip : Ver, verder, verst

Zo speel je het:
  • Vul 2 lege flessen met zand, baken een terrein af en zet een fles aan het begin en het einde van het parcours.
  • Stap op je fiets aan het begin van het parcours, trap op de pedaal en bol zo ver mogelijk. Als je stilvalt, trap je opnieuw.
  • Probeer in zo weinig mogelijk beurten aan het eindpunt te geraken.

STAP 3: Remmen en stoppen

  • Vertel je kind vooraf dat het altijd geleidelijk en met twee handen moet remmen.
  • Teken twee lijnen op de grond, laat hem/haar snelheid maken en vraag te vertragen tussen de twee lijnen. Na de tweede lijn mag je fietsertje weer versnellen.
  • Herhaal dezelfde oefening, maar vraag nu te stoppen aan de tweede lijn.

Speeltip : 1-2-3 piano

Zo speel je het:
  • Iedereen gaat met zijn fiets achter een lijn staan.
  • Duid iemand aan als 'wachter'. Die zet zich met zijn gezicht gericht naar de muur en roept "1-2-3-piano".
  • Tegelijkertijd fietsen de andere spelers naar de wachter toe.
  • Na het roepen van "1-2-3-piano" draait de wachter zich weer om naar de fietsers. Nu mag niemand nog fietsen!
  • De wachter mag iedereen die nog niet gestopt is met fietsen, terugsturen naar het beginpunt. Herhaal stap 3 t.e.m. stap 6.
  • Wie als eerste de muur heeft bereikt, is de winnaar en neemt de plaats van de wachter in.

STAP 4: Leer sturen

Om van richting te veranderen in bochten en bij hindernissen, moet je kind een aantal dingen onder de knie krijgen:

  • De hindernis tijdig opmerken en uitwijken in de juiste richting.
  • Stoppen met trappen.
  • Het stuur goed vasthouden.
  • Altijd kijken in de richting waar het heen wil.

Speeltip : Dronkemansrit op je eigen parcours

Maak je parcours:
  • Teken een parcours op de grond met stoepkrijt. Denk ook aan enkele slaloms, smalle stukjes ... om het extra tof te maken.
  • Baken je parcours af met touwen die je op de grond legt.
Zo speel je het:
  • Speel met twee en duid iemand aan als kopman. Die bepaalt zelf zijn route op het parcours en maakt allerlei gekke bochten. De andere moet de kopman volgen en in zijn spoor rijden.
  • Na een tijdje wisselen jullie en speelt de andere de kopman.

STAP 5: Blijf oefenen!

Voorbereiding: geef het goede voorbeeld!

  • Leg samen met je kind de route eerst enkele keren af en bespreek de mogelijk gevaarlijke punten.
  • Toon je kind wat het moet doen bij zebrapaden, verkeerslichten…
  • Maak duidelijk dat andere weggebruikers niet altijd even aandachtig zijn. Je bent nooit alleen op de baan.

In het verkeer

  • Kies een rustig moment om de eerste keren dezelfde, herkenbare route af te leggen. Bijvoorbeeld de weg naar school.
  • Laat je kind rechts naast jou fietsen: tussen jou en de berm.
  • Leer ze zelf de juiste richting aan te geven wanneer ze over voldoende stuurvaardigheid beschikken.
  • Zorg ten slotte voor voldoende afstand tussen je kind en andere fietsers.