Let's Bike: Trap voor trap

Omdat DreamLand kindervreugde en beleving als kernwaarden heeft, biedt het sinds 2011 de gratis Let’s Bike-workshop aan in de maanden maart en april. Je kind leert er met de hulp van onze medewerkers zelf stap voor stap fietsen en dat in slechts een halfuurtje tijd. Je oogappel zal versteld staan hoe snel hij de kneepjes van het vak onder de knie krijgt. Een overzicht van onze tips.

Gewenning en evenwicht

  • Plaats het zadel om te beginnen zo laag mogelijk om je kind te leren op- en afstappen en de juiste houding te geven. Je oogappel moet beide voeten plat op de grond kunnen zetten.
  • Neem de fiets aan de hand, links van het lichaam (en dus weg van het verkeer) om het gewicht van de fiets te leren kennen.
  • Test samen de remmen uit en laat je kind op de fiets zitten zonder te trappen. Zo went het aan het schommelen van de fiets.
  • Laat je kind zich afduwen en uitbollen over steeds langere afstanden, met het hoofd steeds goed rechtop.
Zwarte Piet

Dit heb je nodig:

  • mama, papa, broer, zus ...
  • een balletje
  • een fluitje
  • iemand die op het fluitje wil blazen

Zo speel je het:

  • Stap door elkaar met de fiets aan de hand.
  • De persoon met het fluitje geeft een balletje aan één van de spelers.
  • Geef het balletje zo snel mogelijk door aan elkaar.
  • Wie het balletje vastheeft als het fluitsignaal weerklinkt, is de Zwarte Piet en valt af.

Speel je het spel maar met 2?
Stap dan rond met je fiets aan de hand, en geef het balletje telkens door aan elkaar.

Vertrekken

  • Wanneer je kind genoeg vertrouwen heeft getankt, kan je het zadel iets hoger zetten en gebruik beginnen maken van de pedalen.
  • Oefen het vertrekken: laat je fietsertje één voet op een pedaal zetten, de andere op de grond. Laat hem of haar zo ver mogelijk rijden door de voet naar beneden te duwen. De andere voet kan je oogappel bij evenwichtsverlies op de grond zetten, om zo veilig te stoppen.
  • Gaat ook dit goed? Doe dezelfde oefening dan ook eens over met de tweede voet ook op de pedaal.
Ver, verder, verst
  • Baken op je terras of op een pleintje een recht stuk af: vul 2 lege flessen met zand en zet eentje aan het begin en eentje aan het einde van het parcours.
  • Stap op je fiets aan het begin van het parcours, trap op de pedaal en bol zo ver mogelijk.
  • Als je stilvalt, trap je opnieuw en probeer je weer een eindje verder te bollen.
  • Probeer in zo weinig mogelijk beurten aan het eindpunt van het parcours te geraken.

Remmen en stoppen

  • Vertel je kind vooraf dat het altijd geleidelijk en met twee handen moet remmen.
  • Teken twee lijnen op de grond, laat je kind snelheid maken en vraag het te vertragen tussen de twee lijnen. Na de tweede lijn mag je fietsertje weer versnellen.
  • Herhaal dezelfde oefening, maar vraag je kind nu te stoppen aan de tweede lijn.
1-2-3 piano
  • Iedereen gaat met zijn fiets achter een lijn staan.
  • Duid iemand aan als ‘wachter’. Die zet zich tegen een muur..
  • Met zijn gezicht naar de muur roept de wachter “1-2-3-piano”.
  • Tegelijkertijd fietsen de andere spelers naar de wachter toe..
  • Na het roepen van “1-2-3-piano” draait de wachter zich weer om naar de fietsers. Nu mag niemand nog fietsen!
  • De wachter mag iedereen die nog niet gestopt is met fietsen, terugsturen naar het beginpunt achter de lijn. Herhaal stap 3 t.e.m. stap 6.
  • Wie als eerste de muur heeft bereikt, is de winnaar en neemt de plaats van de wachter in.

Stuurvaardigheden

Om van richting te veranderen in bochten en bij hindernissen moet je kind een aantal dingen onder de knie krijgen:

  • de hindernis tijdig opmerken en uitwijken in de juiste richting
  • stoppen met trappen
  • het stuur goed vasthouden
  • altijd kijken in de richting waar het heen wil
Dronkemansrit op je eigen parcours

Maak je parcours

  • Vul flessen met zand en gebruik ze om je terrein af te bakenen.
  • Teken een parcours op de grond met stoepkrijt.
  • Teken ook enkele slaloms, smalle stukjes ... om het extra tof te maken.
  • Baken je parcours af met touwen die je op de grond legt.
  • Maak leuke bochten, kruispunten en zijstraten met touwen of potjes.

Het spel

  • Speel met twee en duid iemand aan als kopman.
  • De kopman bepaalt zelf zijn route op het parcours en maakt allerlei gekke bochten.
  • De andere moet de kopman proberen te volgen en in zijn spoor rijden.
  • Na een tijdje wisselen jullie en speelt de andere de kopman.

Fietsen in het verkeer

Voorbereiding: geef het goede voorbeeld!

  • Leg samen met je kind de route eerst enkele keren af en bespreek de mogelijk gevaarlijke punten.
  • Toon je kind wat het moet doen bij zebrapaden, verkeerslichten enz.
  • Maak duidelijk dat andere weggebruikers niet altijd even aandachtig zijn. Je kind is nooit alleen op de baan.

In het verkeer

  • Kies een rustig moment om de eerste keren dezelfde, herkenbare route af te leggen.
    Bijvoorbeeld: de weg naar school.
  • Laat je kind rechts naast jou fietsen: tussen jou en de berm dus.
  • Leer je oogappel zelf de juiste richting aan te geven wanneer het over voldoende stuurvaardigheid beschikt.
  • Zorg ten slotte voor voldoende afstand tussen je kind en andere fietsers.